“Kan ik jou ook op m’n lijstje zetten?”

Vraagt Piet Tates aan me, met een uitnodigende blik in zijn ogen.

“Wat voor lijstje Piet?” is mijn repliek en ik kijk eens om me heen of ik misschien een loterij of een wedstrijd boogschieten heb gemist. “Of ben je binnenkort jarig?”

Piet reageert kort maar krachtig. “Nee, we gaan walking football introduceren bij SCW!”

“We gaan wat?” reageer ik, doof als ik ben. “Walking football!” herhaalt hij nog eens luid en duidelijk. Ik kijk hem verbaasd aan. “Bij SCW? Dat doet ze toch alleen maar bij grote clubs?”

“Dus bij SCW!” voegt hij mij met stralende ogen toe.

“Joh, Piet, daar ben ik toch veel te oud voor?”

“Om de donder niet!” is Piet’s antwoord. “Het is juist voor ouderen bedoeld om lekker te bewegen en teamgeest te kweken”.

Moet eerlijk zeggen dat die laatste ingrediënten mij wel aanspreken. Bewegen is goed en in teamverband is dat nog leuker, vind ik. Komt bij, dat ik wel eens van walking football heb gehoord van ene Sjaak Swart, u weet wel, van een voetbalclub uit Amsterdam, waar hij een aantal jaren furore heeft gemaakt. Helaas is de naam van die club mij ontschoten.

“Piet” spreek ik hem opbeurend toe: “Als ik jou hier een plezier mee doe, dan zet je me maar op de lijst en ik hoor wel!” Nou ja, hoor wel? Ik wilde Piet niet het idee geven dat ik een en ander niet geheel serieus nam.

Totdat er een paar dagen later een flyer lag met een uitnodiging voor een introductieavond en een zelfde uitnodiging op de site kwam te staan. “Het zal toch niet?” dacht ik.

“Je gaat toch wel meedoen he!” “Piet, ik heb ja gezegd, dus ik ben er!” “Mooi, want ik moet minstens 12 man hebben” is zijn antwoord en vanuit mijn ooghoeken zie ik dat diverse oud-spelers van allerlei leeftijd door hem worden benaderd.

Moet je nagaan, de laatste keer dat ik heb gevoetbald, was nog in de tijd dat kindjes met houten knieschijfjes werden geboren en dat je betaalde met centen en guldens. Lang geleden dus! Maar goed, ik heb ja gezegd, dus gaan!

Eerst maar eens sportkleding aangeschaft en voetbalschoenen kopen. De verkoopster kijkt me aan met een gezicht, wat gaat die ouwe gek nu weer doen. “Voor uw kleinzoon?” vraagt ze me. “Nee, voor mij, ik ga walking voetballen!” Ze viel ter plaatse flauw, maar ik kreeg de schoenen wel voor weinig mee!

 

En dan is de dag daar! Afgelopen maandag de 15e. Melden om 19.00 uur.

Eerst de hond even naar vrienden gebracht en ruim op tijd ben ik ter plekke.

Zit daar Piet Tates met een shirt van een mij volstrekt onbekende club uit Amsterdam naast ene Henny Meijer, vroeger ook voetballer bij die club, met nog een manspersoon in trainingspak. We schudden elkaar de hand en langzaam aan druppelen nog meer personen binnen, waaronder Gideon Schoof, tegenwoordig ook bekend als quizmaster en lid van de technische commissie.

Gideon neemt het initiatief, met de mededeling dat hij een half uur eerder te horen kreeg dat hij ook op het lijstje van Piet stond en een introductie moest of mocht verzorgen en heel eerbiedig legde hij uit wat de spelregels zijn bij walking football, oftewel wat er van de deelnemers al dan niet wordt verwacht. Het was een soort 10 geboden:

1.      Gij zult niet met of zonder bal rennen;

2.      Gij zult geen slidingen maken;

3.      Gij zult alleen maar onder de gordel spelen;

4.      Gij zult niet duwen of uw tegenstander omver werpen;

5.      Gij zult niet van eigen helft scoren.

Om maar eens wat te noemen, want er werden nog veel meer geboden en verboden genoemd, zoals: hoekschoppen worden vanaf de hoekpunten genomen. Denk ik dus: strafschoppen vanaf de strafpunten, maar dat was niet juist geloof ik.

Een plezierige regel vind ik wel dat je niet buitenspel kunt staan en dat je bij een vrije trap tenminste 3 meter afstand moet bewaren van je tegenstander. En dat op een veldje van 42 x 21 meter of zo iets.

Gelukkig mag je wel vanaf de achterlijn indribbelen, maar rennen is ten strengste verboden. Ik herhaal VERBODEN.

Je mag alleen maar wandelen en that’s it! Duidelijk? Voor vragen kunt u bij Piet terecht. Alleen maar WANDELEN!

En dan is het zover. We mogen de wei in.

Die is al volledig ingericht met pionnen en doeltjes. Van die hele kleine, weet je wel. Een volwassene krijgt de bal daar nooit in. Zo klein!

En wat blijkt? Alles van tevoren in orde gemaakt en klaar gezet door Piet zelf. Wat blijkt nog meer? Piet is de trainer van vanavond. Ik krijg het al Spaans benauwd bij de gedachte!

“Heren, we gaan eerst warmlopen”, zegt hij nadat we onze sportkleding gepast hebben. “Eerst met de beentjes omhoog, dan naar achteren, dan naar voren en dan opzij! En….waag het niet om te rennen. Alles gaat wandelend!”

Gedwee voeren we zijn opdrachten uit en doen we een walking warming-up. Eigenlijk hartstikke leuk en ik begin er lol in te krijgen. Vervolgens moeten we elkaar de bal toespelen en dat is mij wel toevertrouwd en zo valt er voor de toeschouwers langs de lijn ook het nodige te beleven.

Want er stonden heel wat mensen toe te kijken. Ongetwijfeld nieuwsgierig en nog te bang om mee te doen. De kat uit de boom kijkend dus!

En dan is het zover. De wedstrijd gaat beginnen. 6 tegen 6 en nog steeds die verdomde kleine doeltjes. De bal rolt en je hebt de neiging om er achteraan te rennen. Dat deed je vroeger toen je nog jong was toch ook? Mag dus niet. Alleen maar positiespel en “Goeie acties en scoren maar!” om de reclameslogan van Coöp. maar eens te gebruiken.

“De doelpunten tellen we niet!” roept de trainer vanaf de zijlijn. Maar gelukkig werd er wel gescoord.

Wil je het eerlijk weten? Ik heb genoten! Pijn in de knieën, maar dat heeft te maken met het feit dat ik in 1672 voor het laatste gesport heb. Dit is echt leuk! Heel leuk! En weet je wat nog leuker is? De derde helft! Gezellig met elkaar even napraten. Niet over wat fout ging of juist goed. Nee, over het feit dat je bezig bent geweest met je lichaam.

Gezond voor lijf en leden! Daar ligt je winst! Vandaar dat de doelpunten niet tellen? Of heb ik het mis Piet?

Moest na afloop nog even de hond ophalen bij vrienden in Aalsmeer. “Was het leuk?” was de vraag. “Fantastisch!” was mijn antwoord. “Het is ook wat voor jou”.

“Mag dat dan?” was zijn vraag. “Ik introduceer je! Ga maar mee!” “Doe ik!” en zo hebben we er, vanaf 29 april weer een speler bij.

Mijn advies aan zowel dames als heren: “Zorreg dat je erbij komt!” Het is leuk, gezond en gezellig.

En zo is het!

 

Cees Tibboel

Nieuws overzicht